Tekst & Beeld: Maaike van den Bosch | www.maaikevandenbosch.nl
Ik had van tevoren één ding helder: ik wilde wandelen van Roncesvalles naar Logroño. Niet de hele Camino Francés, gewoon een week. Een mooie afstand, goed te doen en deze etappes had ik nog niet eerder gelopen.
Maar vanaf dag één liep ik hier tegenaan:
“Waar ben jij je Camino gestart?”
“Roncesvalles.”
“Oh, niet in Saint-Jean-Pied-de-Port? Dus je hebt de berg overgeslagen? Het was echt prachtig.”
Ik voelde het oordeel tussen de regels. Voor haar geen heroïsche klim over de Pyreneeën. Geen adembenemende uitzichten. Geen episch beginverhaal. Gewoon gestart in Roncesvalles. “Het is jouw Camino”, volgde dan meestal een tikkeltje troostend.
Dat was vragen om problemen
Thuis voelde het als een heel logisch besluit. Ik wilde niet starten met een uitputtingsslag. Ik zou dagelijks zo’n twintig kilometer lopen, berg op en af, met een rugzak van zo’n tien kilo. Daar moest mijn lijf rustig aan wennen. Als ik op dag één direct 1350 meter zou stijgen en daarna 650 meter zou dalen, dan vroeg ik om problemen. Blessures. Frustratie. Misschien zelfs opgeven.
Maar na een dag wandelen, begon het al te knagen. Want die berg ... iedereen bleef het er maar over hebben. Hoe mooi het was geweest. De zwaarte. Het trotse gevoel: “Ik heb het gedaan.” En ik had hem overgeslagen.
Je eigen pad volgen … of toch niet?
Op de Camino gaat het vaak over luisteren naar jezelf. Je eigen grenzen leren kennen. Je tempo vinden. Het ego een stapje terug laten doen. Mooi. En ik had toch ook goed voor mezelf gezorgd door te starten in Roncesvalles?
Dat betekende alleen nog niet dat mijn ego het daarmee eens was. Integendeel. Die begon zich steeds harder te roeren. Ik had die berg níet beklommen. Waarom niet? Bang voor wat spierpijn en blaren, pfff watje! Ik hoorde er nu niet echt bij. Was ik nou maar wél over die Pyreneeën gegaan...
Een nat pak en een wijze les
Op mijn laatste wandeldag, in de stromende regen richting Logroño, liep ik samen met een jonge Amerikaan. Sportief, gespierd, zichtbaar in vorm. Hij vertelde dat hij die eerste etappe wél had gedaan, over de Pyreneeën dus. Maar … zonder rugzak. Die had hij laten vervoeren. En hij voelde zich dáár dan weer ongemakkelijk over. Zijn ego had er ook wat van gevonden.
Een paar dagen daarvoor sprak ik een moeder en dochter. Ook zij hadden die berg beklommen. De dochter had alleen nu zo’n pijn in haar knie dat ze een injectie had gekregen bij de Spaanse huisarts. De pittige afdaling naar Zubiri was de druppel geweest. Later bleek dat ze na Logroño waren gestopt om een paar dagen rust te nemen. Onzeker of ze verder konden.
Een begin is een begin
En ik? Ik liep, nat tot op mijn ondergoed, maar blessurevrij (zelfs blarenvrij) mijn laatste etappe. Mijn tocht begon niet met een episch begin. Hij eindigde er evenmin mee. Wél met het besef dat niet iedere pelgrimstocht hoeft te beginnen met een berg. Mijn begin lag gewoon in Roncesvalles. Die hobbel had mijn ego maar te nemen.