Er is een moment waar bijna niemand je op voorbereidt. Niet wanneer je vol goede moed vertrekt voor een lange tocht, niet terwijl je dagenlang door het landschap wandelt, en zelfs niet op het moment dat je vol ontlading je eindbestemming bereikt. Voor veel langeafstandswandelaars begint de echte uitdaging pas daarna: in de periode na de reis, wanneer je weer thuis bent.
Tekst & foto’s door Steven ‘Indiana’ Huysseune
Ik ben zelf meerdere keren langdurig op pad geweest, op verschillende Camino’s door Europa en op de Appalachian Trail in de Verenigde Staten. Wie ooit zo’n tocht heeft volbracht, herkent het ritme direct. Je staat op met het eerste licht, je wandelt, je eet wanneer je honger hebt en je rust wanneer je lichaam daarom vraagt. Dag na dag. Er zit een eenvoud in die levensstijl die moeilijk uit te leggen is, maar die je onmiddellijk voelt zodra je erin zit. Minder keuzes, minder ruis en minder verwachtingen.
Onderweg gebeurt er iets met je; langzaam begint je systeem zich aan te passen. Je ademhaling wordt rustiger, je gedachten verliezen hun scherpte en je lichaam en aandacht vallen samen in één natuurlijk ritme. Voor veel mensen voelt die staat van zijn als thuiskomen.
Wat is de Camino Blues?
De naam ‘Camino Blues’ gaf ik er zelf aan na mijn eerste tocht. Destijds wist ik nog niet precies wat het was, enkel hoe het voelde en hoe diep het je kon beïnvloeden. Sommigen noemen het reisblues of de bekende dip na een intens avontuur, maar die termen dekken de lading niet. Wat veel wandelaars ervaren, is namelijk geen gemis van de reis zelf, maar een fundamentele mismatch tussen twee ritmes.
Aan de ene kant is er het ritme van de tocht: traag, fysiek, eenvoudig en direct. Aan de andere kant is er het dagelijkse leven: snel, vol prikkels, verwachtingen en constante keuzes. Wanneer je terugkomt, lijkt alles in je omgeving hetzelfde gebleven; de straten, de mensen, de routines, maar vanbinnen beweegt er iets totaal anders. Dat is precies waar het begint te wringen.
De confrontatie met het dagelijks leven
Na mijn eerste Camino, van Antwerpen naar Santiago, dacht ik dat het gevoel vanzelf zou verdwijnen. Ik dacht dat ik gewoon weer even moest wennen, maar dat gebeurde niet. Ik merkte het in kleine dingen: hoe snel alles ineens weer 'moest' en hoe moeilijk het was om mijn aandacht ergens bij te houden. Zelfs een simpele taak als een bezoek aan de supermarkt kon me totaal overweldigen.
Na meerdere tochten begon ik een patroon te herkennen, niet alleen bij mezelf, maar ook bij anderen: het constante verlangen naar een volgende tocht. Het hardnekkige idee dat ‘daar’ iets lag wat ‘hier’ ontbrak, en het gevoel dat het echte leven zich ergens anders afspeelde.
Waarom schuurt het zo?
Wat er tijdens een lange wandeltocht gebeurt, is niet alleen mentaal; je lichaam past zich fysiek aan. Je zenuwstelsel komt tot rust, omdat je urenlang in een gelijkmatig tempo beweegt. Je leeft meer volgens natuurlijke signalen dan volgens externe druk. Biologisch gezien kom je dichter bij een ritme dat ons van oudsher heel vertrouwd is. Wanneer dat plotseling stopt en je terugkeert naar een omgeving met veel prikkels en weinig beweging, ontstaat er frictie. Dat ligt niet aan jou, maar aan je systeem dat zich nog in dat andere, trage ritme bevindt.
De valkuil van de volgende tocht
Veel mensen proberen dit gevoel op te lossen door direct een nieuwe tocht te plannen. Hoewel daar niets mis mee is, schuilt er een gevaar in als het een manier wordt om de realiteit te ontvluchten. Er ontstaat een vicieuze cirkel van wandelen, thuiskomen, onrust en weer vertrekken.
Bovendien verandert je motivatie ongemerkt. De eerste keer vertrek je vaak onbevangen, maar bij een volgende tocht hoop je vaak dat het je opnieuw brengt naar wat je eerder voelde. Hierdoor verschuift je aandacht. Je bent minder aanwezig in het 'nu' en je wordt je bewuster van het einde. Terwijl je wandelt, ben je in je hoofd al bezig met hoe het zal zijn als het weer voorbij is. De tocht die ooit zorgde voor rust, begint dan paradoxaal genoeg een vorm van spanning te dragen.
Hoe ga je ermee om?
Wanneer je merkt dat je een volgende tocht plant om een specifiek gevoel terug te krijgen, helpt het om even stil te staan. Vraag jezelf af: is dit een oprecht verlangen om te wandelen, of een poging om iets te herstellen wat ik onderweg heb gevoeld? Hoe sterker je probeert een gevoel te dwingen, hoe minder het zich laat vinden.
Dat betekent niet dat je niet meer mag vertrekken, maar misschien verandert de manier waarop. Niet om terug te halen wat was, maar om te ervaren wat zich nu aandient. De grootste uitdaging ligt vaak niet op het pad, maar in de periode ertussen. In hoe je de wandeling integreert in je dagelijkse leven.
Blijf bewegen, maak ruimte voor eenvoud en accepteer dat je niet meteen weer in de hoogste versnelling hoeft te schakelen. De Camino Blues verdwijnt niet door hem te ontwijken, maar door hem te begrijpen. Soms ligt de beweging niet vooruit, maar juist hier, in het toelaten van wat er in jou veranderd is. Een deel van wat je onderweg hebt gevonden, is immers niet bedoeld om elders terug te zoeken, maar om voor altijd met je mee te nemen.
Steven volgen op zijn wandelreizen en meer weten over de Camino Blues? Volg hem op Facebook!