20 jaar Hoge Kempen: hoe een gewaagd plan uitgroeide tot wandelparadijs

13 april 2026

Op 23 maart 2006 was het een Belgische primeur: de officiële opening van het Nationaal Park Hoge Kempen. Wat begon als een plan om een oude mijnstreek een nieuwe, groene impuls te geven, is twintig jaar later uitgegroeid tot een van de mooiste wandelbestemmingen van de Lage Landen. Een terugblik op twee decennia purperen heide, dennenbossen en de bekroning op het werk: de National Park Trail.

Wie vandaag door de Hoge Kempen wandelt, kan het zich nauwelijks voorstellen, maar dit uitgestrekte natuurgebied van inmiddels 120 km² is geworteld in het industriële verleden van Limburg. Na de sluiting van de mijnen eind jaren '80 werd natuur niet langer als een handicap gezien, maar als een hefboom voor een nieuwe economie. Het bleek een schot in de roos.

Natuur en toerisme hand in hand

Het succes van de Hoge Kempen rust op het 'gelijke tred'-principe: meer toerisme leidt tot meer natuur en omgekeerd. In de afgelopen twintig jaar is er ruim 200 miljoen euro geïnvesteerd. Dat geld ging niet alleen naar de natuur zelf (denk aan het omvormen van mijnterreinen tot natuurgebieden en de aanleg van ecoducten), maar ook naar een hoogwaardige ontvangst van wandelaars.

Met negen 'toegangspoorten' (zoals de Mechelse Heide, Terhills en Kattevennen) is het park perfect ontsloten. Dat werpt zijn vruchten af: het aantal wandelaars is in twintig jaar tijd verdubbeld. Niet gek, want met 9.000 geregistreerde planten- en diersoorten is er onderweg altijd wel iets bijzonders te zien, van de gladde slang tot de grauwe klauwier.

De kers op de taart: de National Park Trail

Voor de echte langeafstandswandelaar is de National Park Trail het absolute hoogtepunt van het park. Deze route van 105 kilometer voert je langs de mooiste plekken van de Hoge Kempen: over landduinen, door stille dennenbossen en over uitgestrekte heidevelden. Het is een tocht die laat zien dat natuurherstel op grote schaal loont; 10% van het park had vroeger immers een stedelijke of industriële bestemming.

De blik op 2040

Hoewel er reden is voor een feestje, is het park volgens coördinator Johan Van Den Bosch nooit 'af'. "De bezoeker heeft torenhoge verwachtingen van de kwaliteit van het landschap. Daaraan voldoen is in een versnipperd Vlaanderen niet vanzelfsprekend."

De komende twintig jaar staan dan ook in het teken van nieuwe uitdagingen. De natuur moet robuuster en klimaatbestendiger worden door ontharding en vernatting. Ook wordt de draagkracht van het gebied nauwlettend in de gaten gehouden: de groei van het toerisme moet immers de natuur blijven versterken, niet belasten.

Iedereen is aandeelhouder

Het mooiste van de Hoge Kempen? Dat het gedragen wordt door de mensen zelf. De vijftig vrijwillige Rangers, die bezoekers gidsen, en de lokale horecaondernemers. Zoals directeur Ignace Schops het verwoordt: "De natuur beschermen is onszelf beschermen." Op naar de volgende twintig jaar!

Wist je dat?

  • Oppervlakte: Het park is sinds 2020 verdubbeld in grootte tot ruim 12.000 hectare.

  • Bezoekers: Jaarlijks trekken meer dan 1,5 miljoen mensen hun wandelschoenen aan voor een tocht door de Hoge Kempen.

  • Erkenning: Het project won internationaal diverse prijzen, waaronder de 'Groene Nobelprijs' (Goldman Environmental Prize).

Altijd op de hoogte blijven?